Back to 1923

Emergency landing in the North Sea
1923

Toen Iwan Smirnoff een jaar in dienst was, moest hij een Fokker F-III van Amsterdam naar Londen vliegen, met drie reizigers aan boord, alsmede enige schilderijen, die voor verscheidene duizenden guldens waren verzekerd. Het weer was vrij goed, met onbelemmerd zicht en een in kracht toenemende wind.

Omstreeks 2 uur in de middag hoopte hij Croydon te bereiken. Bij Calais sprong de F III over het Kanaal. Aanvankelijk ging alles goed en dat de tegenwind langzaam een orkaan werd, deerde hem niet.

Maar eensklaps begon de motor te stomen, een cilinderkop was gebarsten, weldra holde de toerenteller terug van 1300-1100-900 en dan opeens hield het brullen van de motor op, de machine zweefde van 600 m omlaag en verloor snel hoogte.

Er klonk niets dan het geluid van de storm langs vleugels en romp, verder een vreemde, beklemmende stilte. Het was of de zeespiegel werd opgetild naar het vliegtuig. Smirnoff deed het enige wat hij doen kon en hij deed dat met grote tegenwoordigheid van geest: midden boven die eindeloze watervlakte zwenkte hij scherp af, met de neus in den wind en daalde in de richting van de beruchte Goodwin Sands, kerkhof van zovele zeelieden, door zovele eeuwen heen; een zandbank, waarvan de rug bij eb boven de golven uitsteekt.

De H.-N.A.B.H. landde op een smalle strook zand van ongeveer 110 meter lengte. En daar stond dan de machine: midden in het Kanaal als Prikkebeen op 'den rug van den walvisch'. Het was geen bijzonder benijdenswaardige positie: rondom bulderde de wind en een meedogenloze branding dreunde schuimend op het smalle strookje land, terwijl aldoor grotere en hogere rollers kwamen aanjagen, het was vloed!

De reizigers kropen weer in de kajuit, buiten kon men zich nauwelijks staande houden en men moest elkaar beschreeuwen, als men iets zeggen wilde. Er viel niet veel te zeggen. ledereen begreep onmiddellijk waar hij aan toe was.

In de verte voer een stomer voorbij in de storm. Smirnoff schoot twee Iichtkogels af. Ze werden niet gezien. Het schip verdween.

Dat herhaalde zich nog enkele malen, tot de lichtkogels op waren. Een van de passagiers was reeds de helft onder water verdwenen. Een zesde schip koerste in de verte voorbij. Smirnoff was op de machine geklommen en zwaaide zijn jas hoog boven zijn hoofd. Het stuivende zand en het zoute zeewater verblindden hem het gezicht. Hij kon niets meer onderscheiden, maar hij bleef zwaaien.....zwaaien. Kwam het schip niet nader? Draaide het niet bij? Hij was er niet zeker van. Soms zonk de stomer weg tussen de golven. Maar dan zag hij hem weer. Ja: er werd een sloep gestreken! ,,Een schip!" riep hij omlaag, naar de kajuit, ,,ze komen!"

De sloep naderde. Hij zag hen langs de Sands roeien en hoorde hen schreeuwen. De golven donderden op het smalle strand en vlokken schuim dropen reeds Langs het glas van de stuurhut.

De roeiers durfden de Sands alleen onder de wind te naderen. Zij wierpen een boei aan een lijn. Smirnoff waadde het water in en greep de boei. De passagiers stribbelden angstig tegen en wilden eerst niet: het leek een nachtmerrie. Maar de tijd drong: reeds spoelden de eerste rollers over de Sands heen en schuurden het zand weg om de wielen van de scheefzakkende F Ill.

Eindelijk besloot een der reizigers de sprong te wagen. Doch toen hij in de boei zat, wilde hij zijn bagage. Smirnoff talmde niet en gaf hem een ferme duw. De man plonsde in de zee en de roeiers haalden als razenden de lijn binnen.

Het waagstuk lukte. Nog tweemaal werd de boel overgeworpen, toen, als vierde en laatste verliet Smirnoff zelf het ongastvrije stukje grond, dat toch zijn leven rekte tot het gered werd. Met logboek en post bij zich bereikte hij de sloep en werd binnen boord gehesen.

De roeiers vielen onmiddellijk op de riemen en de bootsman legde de sloep op koers om zo snel mogelijk onder de Sands vandaan te komen. De nu met zware slagzij staande F Ill werd al telkens opgetild en heen en weer geschud door het geweld van de branding.

Iwan Smirnoff

Een uur roeien eer zij te lij lagen en zelfs daar was het tumult zo hevig, dat het leek of ze tegen het boord te pletter zouden slaan.

Maar zij kregen een voor een de dansende stormladder te pakken en werden over de railing getrokken door helpende, uitgestoken handen. Nog v66r de sloep in de davits gehesen kon worden, kwam een golf haar tegen den scheepswand werpen. Ze werd gekraakt als een walnoot en zwalpte langszij als wrakhout, om v66r de boeg in de diepte te verdwijnen. Zeelui hadden als razenden de touwen gekapt. De ouwe hing haar overboord naar te gluren:

,,Die's er geweest", was z’n commentaar ,,maar ze heeft d'r plicht gedaan".

De boot voer hen naar Dover.

Pas de volgenden dag voelde Smirnoff de reactie. Hij vertelde: .... ik was mijn zenuwen niet geheel meer de baas. Mijn eerste gedachte was - en steeds herhaalde ik die woorden in mijzelf: - ,,nooit meer vliegen!"

Maar de volgenden dag kreeg ik van de K.L.M. de instructie om terug te vliegen naar Nederland, mits ik me goed voelde. Dat is mijn redding geweest. Want, indien ik niet die volgende dag onmiddellijk weer de lucht was ingegaan, had mijn vliegerloopbaan op de Goodwin Sands een roemloos einde gevonden. Maar die volgenden morgen zag de wereld er weer geheel anders ~

Dat was het avontuur van Iwan Smirnoff, graaf van de Goodwins, en zijn reizigers.

En daarbij is dan niet verteld, hoe men in Schiphol in angst heeft gezeten en hoe de K. naar links en naar rechts telegrafeerde om inlichtingen aangaande de spoorloos verdwenen H. en welk een zucht van verlichting er op ging, toen uit Dover het bericht kwam, dat Smirnoff en de zijnen veilig waren, ook al was er dan een kostbare FIII verspeeld, want die onwillige Goodwin-Sands laten niet los wat ze eenmaal in hun greep hebbeb, het mag een Godswonder heten, dat de vier mannen ontsnapten.

Van het vliegtuig en zijn lading werd niets meer teruggevonden...

(uit 'Naar Breeder Vlucht', van vrede tot vrede, Ben van Eysselsteijn, 1946)