Boekbeschrijving

Adriaan Viruly
Leiter-Nypels, Maastricht
1948

Adriaan Viruly heeft aan geen van zijn boeken zo lang zo veel genoegen mogen beleven als aan dit boek.
Want het was niet zijn liefde voor Mary Dresselhuys waardoor dit boek ontstond, nee, zijn liefde ontstond juist ten gevolge van dit boek. En het was Wim Kan die min of meer per ongeluk voor Cupido speelde.

In het boek zelf geeft Viruly zijn ietwat apocriefe verslag van de eerste ontmoeting.

Later, in zijn boek Mannen, komt in de beschrijving van zijn wisselende vriendschap met Wim Kan de volgende samenvatting voor:

Enerzijds is hij, na het betrekken met zijn Corry van zijn stille werkhuis aan de overkant van de Westeinder, aan mij, zijn zogenaamde vriend! kwetsend de ontsluiering van zijn nieuwe geheime telefoonnummer blijven weigeren.

Anderzijds echter heeft hij toen gauw met een uitgever bekokstoofd, dat ik een boek moest gaan schrijven over zijn vriendin, de mij persoonlijk onbekende actrice Mary Dresselhuys - waardoor ik onmiddellijk zo nauw met haar verbonden raakte, dat ik aan opbellen van wie dan ook geen behoefte meer voelde.

Drie jaar later, in 1950, ging het paar, heel progressief, samenwonen. Ook bij het vervolg van dit verhaal speelde Wim Kan nog een rol, want

(...) toen de actrice Mary Dresselhuys en ik een half jaar later [namelijk in 1955] over trouwen gingen denken, hebben we daartoe pas willen besluiten mits we op de aanwezigheid van Wim Kan als getuige konden rekenen.

In 1959 werd de derde druk van het boek uitgebracht, door Viruly van een nieuw hoofdstuk voorzien om het aan de actualiteit aan te passen.

Interessant detail is dat hij, als inmiddels derde "mijnheer Dresselhuys" onder andere ook even met Joan Remmelts spreekt, vele jaren daarvoor de eerste "mijnheer Dresselhuys".

Mary Dresselhuys nam vele jaren later zelf ook de pen ter hand, om een aantal herinneringen aan haar "Jons", zoals Viruly's bijnaam luidde, op papier te zetten.
Geschreven na zijn dood, geven ze een ontroerend beeld van twee mensen die samen ouder worden en ook nadat er strubbelingen zijn geweest toch altijd weer tot de conclusie komen dat ze "voor geen miljoen van elkaar af wilden."

Haar recent verschenen verhalenbundel "Zonder souffleur" is grotendeels aan haar ervaringen op het toneel gewijd. Viruly speelt daarin een bijrol, maar in het laatste verhaal haalt ze hem voor het voetlicht en geeft onder andere haar versie van hun eerste twee ontmoetingen.

Mary Dresslhuys

Met onze hakken over de sloot, met Hans Kaart, 1946

De Man, de Vrouw en de Moord, met Ko van Dijk, 1956

'n tik van de zon, met Han Bentz 1958

Citaat