Boekbeschrijving

Met medewerking van A. Viruly, Jan P. Strijbos en D.L. Daalder en een voorwoord van Prof. Dr. G.A. van Poelje
Fotografie van Karel Kleijn en anderen

Uitgeverij Contact, Amsterdam

1937 (derde druk)

"Eén lofzang op de Nederlandse kust! Allereerst de tekst, die niet alleen lyrisch van de liefde voor dit landschap getuigt, maar ook spreekt van de wordingsgeschiedenis van onze duinen, van oude gebruiken van deze streken, van flora en fauna - en verder de prachtige reeks foto's van een soms zeldzame schoonheid ....

Dit boek roept in ieder bewustzijn opgespaarde indrukken op, je ruikt het vochtige zand, je proeft de zilte wind en je hoort de schelpen kraken.

Ik wist niet dat ik zo dol was op dit landschap."

Van Texel tot Walcheren is deel 1 van het standaardwerk 'De schoonheid van ons land' bestaande uit de volgende delen (elk deel is een op zichzelf staand geheel)

Amsterdam

2e druk, Gebonden

zoals het leeft en werkt en lacht; zoals U het gezien heht en bewonderd. Hier zijn kunstenaars bezig geweest, die tegelijkertijd echte Amsterdammers zijn.

Neem van de honderd foto's welke gij wilt: een stuk Amsterdam begint voor U te leven.

Hei en Bos

Gebonden

Met liefde en geduld is hier in negentig grote foto's het schoonste uit hos en heide saamgebracht. Het grillige beeld der zandverstuiving en de stille heideplas, het verborgen leven aan de rand der beek, de mensen in hun arbeid op het land.

Rondom de Zuiderzee

Gebonden

Hier komen Oud-Holland en Nieuw-Nederland te samen. Als doeken van oude meesters ziet ge de foto's van dorpen en kleine steden rondom de Zuiderzee. Maar groot en suggestief daarnaast de geboorte van Nederland's twaalfde provincie.

De Residentie

Gebonden

"De prachtige foto's tonen beter en overtuigender dan het woord de karakteristieke schoonheid van de Hofstad.

De lens ontdekte de residentie, zelfs voor hen, die er vele

jaren wonen." (Haagsche Crt.)

Rotterdam

Gebonden

Een fascinerend foto-boekvan onze grote havenstad - een trotse Getuigenis van menselijke bedrijvigheid en ondernemingslust. Een boek waarin het rythme van de arbeid klopt.

Ieder deel is een kunstwerk en waardevol bezit. In prachtige linnen band, kloek van formaat, royaal van uitvoering, met al het raffinement der moderne techniek op het duurste papier gedrukt, is ieder boek een sieraad, ook in de meest exclusieve bibliotheek.

Als ge hij Uw boekhandelaar bent, spreek dan eens over deze boeken.

Met alle trots van den vakman zal hij U de werken laten zien.

Ieder deel kost f 3,90. De zes delen compleet in luxe band slechts f 17.50.

CONTACT - AMSTERDAM

Zelden was de gehele Nederlandse pers zo vol bewondering

UTRECHTS NIEUWSBLAD (Mr. R. HOUWINK): Zo begroeten wij met bijzondere ingenomenheid en grote vreugde dit standaardwerk, dat de liefde tot het eigen land aanzienlijk versterkt en tevens uitnemend geschikt is om den vreemdeling een indruk te geven van het Nederlandse landschap.

DE NEDERLANDER: Wie dit werk niet las en zag, weet niet, hoeveel schoons ons land wel biedt. Het is tegelijkertijd een reclame voor het reizen in eigen land. meer dan welke leuze ook.

DE NIEUWE EEUW: De foto's kunnen een vergelijking met die uit Europese collecties met glans doorstaan. Een leerzaam, boeiend en representatief boek.

BUITENSPORT -- het is een van de fraaiste uitgaven die wij ooit onder ogen kregen.

NIEUWE ROTT. CRT: Een kostelijk hoek.... Het kloeke formaat draagt er niet weinig toe hij om de vele foto's, die stuk voor stuk door haar beeldinhoud van een moderne visie getuigen, tot haar recht te doen komen.

WEEKBLAD WIJ: Het kan met de beste Buitenlandse werken wedijveren.... Een van de voortreffelijkste hoeken op dit gebied, dat zowel den natuurliefhehber als den fijnproever op fotografisch gehied ten volle zal bevredigen. Het is af.

BOEKENSCHOUW (R.K.): Wij weten niet wat we meer waarderen: de rake artikelen of de zeldzaam mooie foto's. Werkelijk een buitengewoon mooi boek.

HET VADERLAND: De gereproduceerde foto's zijn alle ware meesterstukken van opneming en van druk.... Een boek dat voor menigeen zal dienen om een schat van eigen geziene schoonheid in de herinnering te doen herleven.

DE CHRISTELIJKE ONDERWIJZER: Het is in één woord schitterend. Zowel voor de schoolbibliotheek als voor eigen bezit hartelijk aanhevolen.

DE BODE (BOND VAN ONDERWIJZERS): Wat een prachtig boek! Wat een bezit, zo'n bundel platen voor de klas. Helpt mee dit boek van oprechte vaderlandsliefde in de school te krijgen.

DE TREKKER: Telkenmale grijp je ernaar. Foto's, waarnaar je niet genoeg kunt kijken. Onnavolgbaar. Dit boek leert de trekker "zien", en vreugde beleven aan alles, wat hij op zijn weg vindt.

OPBOUW: Dit hoek is een verrassing .... Zeldzaam mooie afwerking.

Dit prachtige plaatwerk is zeer geschikt om als geschenk te dienen. Nationale lectuur van de beste soort.

TIJD EN TAAK: Zonder reserve: een prachthoek! Foto's, die je met stille bewondering bekijkt.

LAND EN VOLKENKUNDE: Juweeltjes van fotokunst. Het geheel bevat een schat van natuurschoon.

VRIJE VOGELS: Onvergelijkelijk mooie foto's. Een boek om op je verlanglijst te zetten voor verjaardag en Sinterklaas

Van Texel tot Walcheren

Inleiding

De schoonheid van ons land, deel 1

ONZE KUST

Het is onze kust.

Het water vloeit aan, het water vloeit af bij die grens tussen het kleine land en de grote Noordzee, welke de mensen vanachter die kleine duinranden langer kent, dan zij zichzelf kennen; de eb en de vloed gaan en keren in de brede zeegaten en over het strand, de zeewind blaast en de landwind keert, het zand stuift en waait voorbij en de mensen uit het kleine land met de kleine maten kunnen er al de vergankelijkheid, welke hun leven vult, gaan verstaan.

Het is hun kust - misschien het landschap, waar zij zichzelf het diepst en duidelijkst kunnen begrijpen, omdat het eeuwige en het tijdelijke er elkander vinden, omdat zij en hun voorgeslacht in dit grensgebied zijn geboren en gegroeid en de zeewind door hun ganse historie van ernstige werkzaamheid de zilte lucht van de oneindigheid geblazen heeft zoals hij nog vandaag doet, terwijl de grote, witte wolken, die van Doggersbank en over den Oceaan komen, over zijn kleine tuin van bossen en hei en bouwland en werkplaatsen gestuwd worden.

Het is de kust, die bij hun leven hoort; van alle landschappen is hier de zuiverste spiegel van de mens, die achter deze duinen geboren en getogen is en er sterven zal met al de tekenen van zijn geslacht, terwijl de zee er af en aan zal blijven vloeien als altijd en voor eeuwig.

Het geeft niet, wat voor klein werk hun handen doen of niet doen.

Er zijn er, die met een mand langs het strand gaan om schelpen te vissen en er zijn er, die van hun geestdodend werk of gebrek aan werk in de stad alleen maar eens naar de meeuwen en de horizon komen kijken; er vaart een kleine logger tussen de pieren van Scheveningen uit met een stuk of wat van hen, die om haring gaan en hoog boven de duinen bij Zandvoort keert vanuit de gezichtseinder de stip van hen, die de middagdienst van Liverpool naar Schiphol hebben gevlogen en nu bijna thuis zijn; er zijn er die op wacht staan op het fort Erfprins en er zijn jeugdverenigingen die zingend langs het strand lopen met een hart vol van wijdte en toekomst, er zijn gebogen dokwerkers, die de krammat vlechten en jutters, lanterfanters, spelende kinderen en zij, wier lange, harde leven door het zwaarste werk was vervuld... het blijft tegenover de eeuwige ruimte welhaast gelijk, want hoe gescheiden en verschillend hun leven en hun lot mogen zijn, als ze het hoofd opheffen en over het werk van hun handen uitzien naar de Noordzee, zal die zee daar glinsteren of bruisen of beuken en breken of spiegelen "als hun ziel, in wezen en verschijning; een levend schoon, dat zichzelve niet kent".

Want wat een dichter verstaan heeft, heeft immers iedereen van ons in dit land verstaan als hij over zee uitzag?

Het is onze kust -, op de globe niets dan een nietig lijntje aan een schiereiland van Azië, maar in ons leven een beeld zo rijk en zo groot als de wereld.

Ieder van ons, die uitgekeken heeft, heeft iets anders, iets nieuws, iets beters begrepen van het leven en zijn volk en zichzelf; ieder, die met open ogen tussen Texel en Walcheren heeft uitgezien over dit landschap, dat de Westenwind en de Noordzee gebouwd hebben, kwam iets dichter tot zichzelf en deze Nederlandse kust, waar bij hij hoort door zijn landaard, zijn lijf en zijn ziel, omdat Tromp voor die kust gevaren heeft, toen krijgseer nog klank had en Gorter's Mei er aan geboren is, omdat Heyermans en Israëls daaraan hun aandacht gaven.

Deze kust is ons domein, naar diepste betekenis.

Men kan rond de wereld vliegen langs die grote Nederlandse luchtweg naar het einddoel van zijn meevarende voorouders en de kustlijnen volgen van Perzië en Malakka waar de woestijn en het oerwoud tot aan de zee naderen, in bezinning uitzien over de duinen en het strand aan de kust van het Heilige Land, avonden langs die luchtweg uitrusten aan het water bij Mersa Matruh, Athene, Jask, Karachi, Akyab, Singapore... overal is de wereld bont en kostelijk en nergens kan een mensenhart armer vandaan keren, maar de diepe verwantschap, waaruit een werkelijke bezinning kan ontstaan, bestaat toch alleen hier met deze schorren en slikken, wanneer uit de nevel van achter de paalhoofden de roep van de verre brulboei klaagt, de wieren op het basalt bij laagwater net ruiken als vroeger of als 's middags de zeewind de lucht heeft schoongewaaid en de taaie bossen helm weer onder een zonnige, blauwe lucht in het warme, ruige zand staan te wuiven, een man met zijn kind en zijn hond, die naar hoge meeuwen hapt, weer over de duintoppen gaan lopen en naar de verre schuiten bij de horizon kan uitkijken zoals de jongen, die hij eens geweest is, zo dikwijls met een andere hond gedaan heeft.

Die oude hond is al lang dood want honden leven niet zo lang en die jongen van vroeger loopt daar nu al met zijn zoon, maar de zee ruist het oude lied van vroeger en altoos.

Deze kust is zichzelf gelijk gebleven ~ wij zijn er zo vast mee vergroeid, dat wij ervan moeten houden. Ook vandaag nog is het de kust van Willem van de Velde: onder blauwe lucht en geligwitte mooiweerswolken drijven schepen loom in spiegelend stil water, zeilen hangen rustig uit, tegen het blauw waait lui een rood-wit-blauwe vlag, waar blanke meeuwen wieken en in de verte boven het donkere basalt van de lage kustlijn steekt een puntig kerktorentje omhoog.

Maar vandaag is het ook precies zo de wereld van Nederland's nieuw domein: razende motoren trekken door de nevels de zoveelste machine vandaag over de Noordzee, de snelheidsmeter trilt bij 270, regenzware rimbus omsluit het metaal; mistige, doffe en dampige winterluchten, waarin alleen het Morsegefluit over de zee de weg kon vinden, hebben de wereld uitgewist, totdat plotseling, onverwacht, de sluiers breken, en even, heel diep in de vaalte, de Delflandse hoofden in de grijze zee uitsteken.

"Ik houd zo van die lange palissaden
Die van de kust de grote zee ingaan
Alsof veel mannen van den oever traden
En tot hun schouders in het water staan",

heeft Jan Prins van ze gezegd; die andere Nederlander achter het Douglasstuur zegt niets en haalt alleen twintig graden van de stuurkoers af om op Waalhaven te gaan landen, maar dat verschil zit 'm maar aan de buitenkant want essentieel is, dat een stuk eigen kustlijn hun beiden weer iets belangrijks in hun leven verteld heeft.

Deze kust is ónze kust, onze Nederlandse kust.

Om Toorop's fijne pointilleerwerk van krullende zomergolfjes aan het strand als om de ernst van zijn apostelkoppen, welke hij zich koos uit het vrome, sterke geslacht, dat achter de Zeeuwse duinen woont; om de weemoed van Israëls zowel als om Heyermans' strijd, om de ziltdoorwaaide oneindigheid van de hemel boven het strand als om het vele, vele prikkeldraad en het vele, vele verbodene in zijn duinen en zijn dorpen, om alles wat Holland en Zeeland tot Holland en Zeeland maakt en hun zoom tot het grensgebied tussen mensen en eeuwigheid, ~ om elk ogenblik, waarin een wandelaar uit dit land daar ergens tussen Walcheren en Texel met de woorden van Adema van Scheltema voor zichzelf heeft kunnen zeggen:

"Mijn hart heb ik gedragen
Tot aan de wijde zee ~
De geur van oude dagen
Waait op haar adem mee.
In haar gerucht bedolven
Luistert mijn hart, bevrijd,
Naar 't lied van wind en golven
En van vergetelheid".

A. VIRULY.