Boekbeschrijving

Thijs Postma
voorwoord Adriaan Viruly
Unieboek B.V.
1975

Vermetele Vliegende Hollanders

 

 

Inleiding

De luchtvaart is nog heel jong.

Zodoende lopen er zowaar nu nog wel eens ex-vliegers door Schiphols Aviodome-museum, die al konden praten, toen Orville en Wilbur Wright nog aan de allereerste motorvlucht in de wereldgeschiedenis Moesten beginnen.

Ze hebben het allemaal meegemaakt: hoe deels onder hun eigen handen die luchtvaart de gehele menselijke samenleving op onze planeet is gaan beïnvloeden... hevig ten kwade en hevig ten goede.

Want binnen twee generaties vond dat plaats! Terwijl ze naar het Fokkervleugeltje staren, waaronder ze om zo te zeggen gisteren nog drie onverschrokken passagiers (tegelijk; in één en dezelfde machine!) naar Antwerpen (in het buitenland!) gevlogen hebben, daveren over dat Aviodome en hun grijze hoofden driehonderd passagiers naar Australië op een vleugel, die al veel langer is dan de hele eerste vlucht van de Wrights.

Dit boek laat zien hoeveel goeds het kleine Nederland aan de ontwikkeling van de wereldluchtvaart bijdroeg.
Hoe dat kon? Dat kon door juist het enthousiasme, de inzet, de ondernemingszin, de ijver, de vakkennis en de zin voor discipline, waarop dat land weer moet kunnen rekenen als het ooit nóg eens voor het front van de naties in iets van belang zal willen slagen.

De vermetelheid, waarvan de titel spreekt, kan bij dit rijtje deugden dan ook nog te pas komen.

Waren de vliegende Hollanders werkelijk speciaal zo deugdenrijk en vermetel? Ik zou eerder zeggen, dat ze allemaal alleen maar gewoon gek op vliegen waren en daar dus een succes van wilden maken... en dat dit nu eenmaal (min of meer, helaas) niet kon zonder de beoefening van die deugden.

Ze beoefenden ze dus, - en ze kregen een leven, dat beter, mannelijker, avontuurlijker en rijker werd dan wat hun buiten hun vliegerij ten deelgevallen zou zijn.
Vermetelemoed? Het leven wagen? Ja, dat ook wel, - maar vooral als het niet anders meer kon.

De mannen, over wie dit boek gaat, hebben veel plezier aan hun machtig spel beleefd en meestal een heel goed leven gehad.

Soms maar een kort. Hebben die zich voor land en luchtvaart willen offeren? Welnee: ieder uit onze club, die volgens de officiële In Memoriam's 'Zijn leven voor de luchtvaart gegeven heeft' is juist tot in zijn laatste seconden druk bezig geweest om het vooral niet te geven. Bovendien: moet met een t is vaak ook moed.

Thijs Postma heeft dit boek gemaakt met het enthousiasme, dat eens heel Nederland voor de luchtvaart opbracht, dat bijvoorbeeld vele duizenden op de donkere, mistige avond van 30 december 1933 door de ijskou naar Schiphol deed fietsen en miljoenen anderen aan hun radio kluisterde omdat Smirnoff en Soer het toen ongelofelijke aan het verrichten waren.

Omdat ze, na in hun Pelikaan de Kerstpost naar ons Indië te hebben gebracht, waarachtig met de antwoorden daarop en de Nieuwjaarswensen van onze landgenoten aldaar nog terugkeerden vóór Oudejaarsavond!

Zulk enthousiasme moge tot alle lezers en kijkers overkomen. Dat kan.

Want ondanks veel schijn van nationale verloedering is constructief enthousiasme tóch een Nederlandse eigenschap en wie er mee behept raakt, kan in 't eigen en in 't landsbelang aan een lang eind gaan trekken.

Zoals de luitenant Willem Versteegh, die ergens in Oostenrijk op eigen houtje vliegen ging leren en daarna in Soesterberg al gauw de ware opleider en Grote Baas werd van haast alle 'vermetele vliegende Hollanders'.
Of zoals die fietsende luitenant Albert Plesman, die zich als ondernemer van allure met de Elta en de KLM ontpopte.

Zoals... men bladere maar voort door dit boek.

De landing van de H-NACC in Batavia...
de nacht van Parmentier in Albury...
de ochtend van Tepas boven de Golf van Biscaye... de daden van de marinevliegers tegen Japan...

werkelijk talloze voorbeelden van kunnen en van grote stijl door bekenden en onbekenden hebben ons luchtvaartleven gesierd.

Honderden, die hun partij prachtig hebben meegespeeld, hebben iets gemeen met hen, die in 1980 of 2000 of na nog eens 70 jaar luchtvaart onder onze vlag zullen vliegen.
Namelijk: dat hun namen in dit boek niet voorkomen. Dat kan men de samensteller natuurlijk niet verwijten. leder, die van vliegen weet, beseft niettemin hun saamhorigheid in een groot verband.

Moge dit verband beseft blijven, wanneer een latere periode van onze vlieghistorie nog eens zo grandioos zal uitpakken als die van het verleden met Versteegh, Plesman, Snijders, Weber, Koen Parmentier, Evert van Dijk... noem maar op.

A. Viruly

Commodore van de KLM, b.d.