Boekbeschrijving

Adriaan Viruly
Strengholt, Naarden
1971

In de opmerkelijke bundel "Vrouwen spelen een rol", die Viruly in 1971 publiceerde, sloeg de ex-vlieger-schrijver een nieuwe weg in.

De verhalen werden zeer goed ontvangen.

"Amusant, charmant, galant", "behalve vertellersgave een onmiskenbaar literair talent" (Willem Brandt).

Een "rondborstige, humoristische verteller" (Accent).

Vrouwen spelen een rol

Citaat

 

Wanneer ik in dit verhaal enkele malen het woord "billen" ga noemen, doe ik dit niet omdat dit boek daardoor dan eerder in aanmerking zal komen voor een prozaprijs van de gemeente Amsterdam.

Noch om bij de door vies geboeide progressieve critici in het gevlei te komen. Noch om de verkoop te stimuleren. Zo ik dát lage soort van oogmerken had, zou ik het heus niet laten bij "billen", wat tenslotte nog het beschaafdste der Nederlandse schuttingwoorden is.

Zowel reeds Couperus als Annie Salomons hebben het een enkele maal gebruikt! Het gebruik ervan tast mijns inziens dan ook de integriteit van een ouder auteur niet aan, natuurlijk aangenomen dat het een functionele betekenis heeft en het verhaal zonder gebruik van het woord onbegrijpelijk zou worden. Dit is hier ontegenzeggelijk het geval.

Welnu dan:

Op Kerstdag 1942, des ochtends om half elf, ging de telefoon in mijn Lissabonse hotelkamer. Dat moest onheil betekenen. Want noch het hotel, noch het vliegveld, noch een lid van de bemanning zou op dat vroege uur zonder noodlottige reden een gezagvoerder hebben wakker gebeld, die 's nachts in slecht weer uit Engeland gekomen was en 's avonds weer de zee op zou moeten.

Meteen klaar wakker greep ik de hoorn. "Hallo?" vroeg ik. We noemden in die dagen vanzelfsprekend nooit onze naam voor het zeker was, wie ons had opgebeld.

"Good morning," zei een bekende stem. "Charles here. Happy Christmas."

"Moming, Charles," zei ik opgewekt. Er was echter geen reden voor opgewektheid, want "Charles" was een majoor van de Engelse ambassade in Lissabon, die daar de veiligheidsdienst leidde en die zeer goed zou weten, dat dit geen uur voor wakker-bellen was.

"How are you?" vroeg Charles hartelijk.

"Fine. Lekker uitgeslapen hoewel we gisteren een beetje wild avondje hadden in 't Casino in Estoril," zei ik. Dat we gisteravond en vannacht met de Engelse post en de rest uit Bristol rond de Golf van Biscaye waren komen vliegen, wist hij net zo goed als ik. Zand in de ogen strooien van Portugezen, die er wellicht plezier in hadden om telefoons af te luisteren en dan Duitsers in te lichten, was in die oorlog nu eenmaal gewoonte geworden.

"Goed zo. Nou, 't is lekker weer. Warm voor de tijd van 't jaar. Ik zou zeggen: kom een glaasje Rijnwijn drinken. Anna en Maria komen ook."

"Goed idee," zei ik. "Je ziet me gauw verschijnen. Bedankt voor de uitnodiging." Maar het was natuurlijk geen uitnodiging maar een bevel.

Al waren de namen Anna en Maria voor zover ik wist volslagen nonsens, het codewoord Rijnwijn betekende, dat ik vanwege ernstige moeilijkheden onmiddellijk naar de Engelse ambassade moest komen. Ik kleedde me snel aan, slenterde daarna langzaam en als doelloos het hotel uit, nam een taxi naar het station, liep daar een extra blokje om en verwierf de zekerheid, niet gevolgd te zijn. Spoedig kwam ik op de ambassade tegenover Charles en een glas van de beste port te zitten.

"Look here, captain," zei de Secret Service man op een officiële toon hoewel we mekaar goed kenden. "Jullie zijn vannacht om vijf uur geland."

"Klopt. Alles normaal verlopen."

"Maar om kwart over acht is je marconist Hesselink jullie hotel uitgewandeld. Lijkt je dat ook normaal?"

"Hoogst abnormaal tenzij hij hier een vriendin heeft opgedaan."

"Precies. Toen is hij regelrecht naar een kiosk op de Avenida gegaan. En daar heeft onze man, die hem volgde omdat hij zo'n vroege ochtendwandeling ook abnormaal vond, hem om de Völkische Beobachter horen vragen. De Nazi-krant! Normaal?

"Niet abnormaal," zei ik. jk koop zelf vaak Duitse kranten. Je wilt ook wel eens lezen, wat de moffen van de oorlog zeggen.'

"Akkoord. Maar hij vroeg om de Völkische Beobachter van een week geleden - die van 17 december. What about thát?"

"Ja, dat klinkt heel vreemd. Maar Bram Hesselink ken ik al twaalf jaar. Daar ben ik voor de oorlog wel tien of meer keren mee naar Batavia gevlogen. Hij ziet een beetje te veel in vrouwen met dikke benen. Maar hij ziet beslist niets in Hitler. Hij is trouwens nog half joods ook, geloof ik. Argwaan is overbodig."

"Dank je wel voor de mededeling. Maar ja, mij hebben ze hier nu eenmaal neergezet om te zorgen, dat Engeland in deze oorlog niet al te vaak verraden wordt. Mensen zo maar vertrouwen is een luxe die ik me niet veroorloven kan; dat is meer wat prachtigs voor mensen die nergens verantwoordelijk voor zijn. Vertrouwen? Ik heb in deze oorlog wel geleerd om in geval van notoire vrouwenjagers net zo extra uit te kijken als met flikkers. En met hele of halve joden niet minder dan met, pak weg, hele of halve Ieren."

De majoor had dat heel droog gezegd. Nu stopte hij zijn pijp uit een select blikje en bood dat daarna mij aan.