Boekbeschrijving

Adriaan Viruly
Andries Blitz, Laren
1962?

35 veelal unieke foto's van het Nationaal Zwitsers Verkeersbureau

Een boek waar de 'zon' in schijnt.

Viruly, op reis met z'n vrouw Mary Dresselhuys, schrijft brieven aan tal van bekende Nederlanders en beschrijft op zijn eigen bijzondere manier het zomerse Zwitserland.

Daar de brieven aan mensen zijn geschreven die zeer verschillend van opvatting zijn, zijn ook de brieven steeds weer een verrassing door stijl en opvatting.

Opgedragen aan Marika:

à Marika Viruly-Soulié, ma belle-fille Suisse-Hollandaise...

Zomaar enkele geadresseerden:

Wim Kan en Cory Vonk, Henriette Roland Holst, gezagvoerder Peetoom van de KLM, Jhr van der Goes (lid tweede kamer), Marga Minco (schrijfster) en Carel Willink (zie citaat hiernaast)

Zon

Boven St. Moritz op weg naar de Piz Nair

Het gaat natuurlijk om het kijken... Brienzer Rothorn

En in Spiez in dat heel mooie hotel...

Citaat


Van samen zwerven door een Zwitserse zomer


Aan Carel Willink, kunstschilder

Boven 't Vierwoudstedenmeer,
niet ver van Schwyz.

Beste Carel,

Het gaat natuurlijk om het kijken, op reis.

De langzame en soms helemaal stilstaande wandelaar of fietser met zijn vrije hoofd in de vrije lucht en zijn ogen naar alle dichtstbijzijnde bloemetjes en verste horizonnen .... de snellere treinreizgers en automobilisten achter hun raampjes, die naar één kant een voor bezinning altijd net iets te snelle film zien lopen .... of de allersnelste bewegers, wier ogen achter de eng klein geworden venstertjes van het straalvliegtuig over de plaatjes in dure tijdschriften dwalen .... hun kijken bepaalt de winst of het failliet van hun reis.

Ik weet wel, dat een mens met deze kijk op het reizen met de jaren steeds meer geneigd moet raken om onderweg in smadelijk lachen uit te barsten. In de dertig reisjaren, waarover ik kan meepraten, heb ik steeds meer zien reizen en steeds minder zien kijken. Nu langzamerhand iedereen reist, ziet men onderweg allengs niemand meer echt kijken, schijnt het. Hoe langer hoe meer hoogbetaalde en over álle kijkmogelijkheden beschikkende vliegtuigbemanningen heb ik in alle verte's tijddodend klaverjassend op hotelkamers of knobelend in altijd eendere bars aangetroffen.

Hoe langer hoe groter en voller autobussen van 't sociaal toerisme heb ik, tijdens hun twintig minuten stop bij die mooie waterval of die mooie cathedraal, zien wachten op een horde, die alleen maar gebogen wilde staan boven gruwelijke souveniruitstallingen - of toeterend om hen, voor wie de enig meetellende vraag was, of de waterval dan wel een Heilige Maria uit 1266 er nog goed op zou kunnen komen, indien '/125ste seconde lang bekeken door diafragma 11 en met een bijzonder onheilige Merie uit het midden der 20ste eeuw er voor.

Op grootste schaal heb ik in die dertig jaar het stil toekijken met een eigen visie zien vervangen door lawaaiïg voortrennen langs zoveel mogelijk gothiek of gletschers.

Winston Churchill, die er voor gezorgd heeft, dat er in Europa desgewenst voorlopig nog wat op een eigen manier in plaats van tussen hakenkruisvlaggen door gekeken kan worden, heeft het overtuigend neergeschreven: wie echt goed wil reizen, kan het best wat penselen en wat tubes gaan kopen en dan daarmee zichzelf tot een eigen verdiept kijken dwingen, - uur in, uur uit en zonder onrust.

Ik denk, dat hij gelijk heeft, alleen denk ik, dat de reis er dan toch nog beter van wordt, als er zo nu en dan ook nog iemand, van wie men houdt, in dezelfde richting komt meekijken!